Durf

De kop is er af! En hoe!
2013 is begonnen en wij hebben daarmee een supermooie start gehad. Op 1 januari 2013 hebben we een groots feest gegeven.
Feest omdat we 12/12 getrouwd zijn,
feest omdat we samen 100 jaar zijn en
feest omdat we dit jaar met vertrouwen willen starten.
En dat starten is zeker gelukt.
Nu het vasthouden nog.

Daags na het feest schreef ik op twitter, dat ik al bijna met ‘losse handen’ durf te leven. Mooi gevoel en de omschrijving klopte precies in hoe ik het beleef. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat ik niet eens weet of ik in 2011 en eerder met losse handen leefde. Ik weet wel dat ik gevoeld heb, hoe het is als je dat niet durft.
En hoe bevrijdend de dagen of momenten zijn, dat je dat wel durft.

We hadden op het feest de ruimte versierd met ballonnen met wensen. Twee voor iedere gast één voor henzelf en één om weg te geven aan een dierbare. Aan het einde van de avond kreeg ik een ballon met daarop de wens’ durf’. En zoals dat gaat met wensen, ook al heb je ze zelf op de briefjes geschreven, die vallen soms dagen later echt diep op de plek.
Zo ook deze wens.
Durf is wat ik nodig heb om met losse handen te blijven leven.
Durf is wat ik nodig heb om vertrouwen te houden.
Durf te leven.

Genieten doe ik iedere dag, meer dan ooit. Durven ga ik doen, meer en meer.
En dat is wat ik ook mag uitdragen, in mijn gezin en in mijn werk.

Mens durf te leven!

Geluk

De afgelopen weken zijn er op dit adres weer forse stappen gezet. Aan de ene kant op de weg naar herstel, maar daarover een andere keer meer. Ik kan het kort houden, het gaat goed en steeds beter.

De stappen zijn echter van geheel andere orde. Namelijk het uit-verhuizen van onze oudste zoon. Na een tussenjaar, met daarin mooie reizen, zware tijden en een strenge decentrale selectie, mocht hij starten met zijn studie geneeskunde in de stad van zijn dromen: Amsterdam. En zoals het met veel dingen gaat in zijn jonge leven, werd hem een kamer(tje) in de schoot geworden. Dus was het zaak om begin september te zorgen dat hij klaar zat voor de start.
Onder protest zijn we gezellig een dagje naar Ikea geweest, een moeder-zoon momentje. Waar hij toch meer nodig bleek te hebben dan hij zelf had gedacht. En zoals dat gaat met Ikea producten, zijn we op de zondag uuuuren bezig geweest om bureau, stoel en kastje in elkaar te zetten. Heel gezellig.

Gelukkig hadden we de avond tevoren al uitgebreid stilgestaan bij de Grote Stap, met champagne, speech en lekker eten, dus dat hoefde niet meer met onze vermoeide lijven na het klussen. Nee, hij wilde heel graag die zondagavond alleen in zijn nieuwe kamertje zijn. En zo geschiedde. Met een traan op mijn wang verlieten we Buitenveldert, het was goed zo.

Inmiddels zijn we twee weken verder. Zoon is veranderd in een serieus studerend mens. Het enthousiasme waarmee hij mij compleet verraste bij het zien van zijn boeken, houdt nog steeds aan.
Dat krijg je, als je een studie mag doen die je interesseert.
Hij kookt gezonde maaltijden en eet iedere dag spontaan vitaminen, vertelt hij trots.
Afgelopen weekend was hij even thuis (zo noem ik het, maar ik weet niet of dit adres die titel nog heeft). Zonder berg was, want ook die doet hij samen met de ‘jongens’ . De tosti’s vlogen de pan uit en werden genuttigd bij de mooie verhalen.

Zondagmiddag, aan het einde van het erg gezellig weekend gaf hij aan wel weer zin te hebben om naar zijn huisje te gaan.
Onderweg naar de AH om een laatste lievelingsmaal te halen, liet ik dat zinnetje een paar keer door mijn hoofd gaan. “Zin om naar zijn huisje te gaan”.
Daar zou je als moeder sip van kunnen worden.
Je zou je kunnen afvragen of het bij ons dan nog wel leuk is.
Maar het gevoel wat overheerst was: wat heerlijk om dat joch gelukkig te zien!
En wat super dat hij een plek heeft, een nieuw leven, waar hij zich na twee weken al zo voelt dat hij dat’ mijn huisje’ kan noemen.

En dat doet me de hele dag denken aan een zinnetje wat ik vanmorgen las:

Je hebt geluk, als je weet wat geluk is.

Volgens mij weet hij het.
En ik ook.

vakantie

De afgelopen maanden werd ons leven vooral gevuld met operaties en chemokuren. Een periode waarin we verrast werden met heel veel steun van mensen om ons heen in allerlei vormen. Deze blog was een manier om mensen op de hoogte te houden van het wel en wee in algemenere zin.
Eind juni heb ik de chemo cyclus mogen afsluiten en momenteel ben ik bezig mijn lijf te laten bijkomen van alle aanslagen die erop gepleegd zijn. Veel wandelen, gezond en lekker eten, rustig aan en leuke dingen doen. En net als na de vorige kuren ben ik verwonderd over de herstelkracht van mijn lijf. Ik neem de tijd en we gaan genieten van de zomerperiode, hopelijk met iets meer zon dan de afgelopen weken. En zoals het nu voelt pak ik in de loop van augustus de KinderKracht draad weer verder op. Dat gaat niet meteen voluit, maar stapje voor stapje breid ik uit.
Ik wil iedereen langs deze weg bedanken voor alle lieve kaartjes en mails die ik heb gekregen. En ik hoop dat ik op deze plek nog lang mag blijven schrijven over leuke dingen die mij verrassen of verwonderen. Iedereen die dit leest wens ik een heerlijke zomer toe en een goed begin van het nieuwe schooljaar.

Dank jullie wel.

digi-loos

Afgelopen Pinksteren is het toch weer gelukt! Het hele chemo-schema hebben we er op gericht en dat heeft gewerkt. Ondanks vele waarschuwingen voor wonden en onhygiënische toestanden zijn wij heerlijk 4 dagen van de wereld geweest in ons prehistorisch kamp; Haps bij Apeldoorn.

Ieder jaar met Pinksteren trekken wij ons terug in een nagebouwd dorp uit de ijzertijd. Een dorp waar je zelf je graan kunt malen, deeg kan kneden, brood kunt bakken in een hout gestookte over. We laten schapen uit, voeren varkens en maken linzensoep. En het mooi van dat alles is dat we dat doen zonder elektriciteit, facebook of twitter. En dat is heeeeeerlijk!

Afgelopen Pinksteren waren wij met drie oude volwassenen, ons neefje van 8 en een groep van negen zeer jong volwassenen. En deze groep jongeren hebben ons ongelofelijk verwend. Ze hebben ons laten zien dat zij heel goed kunnen (samen)werken. Dat zij de klappen van de zweep in het kamp kennen en willen aanpakken. Dat zij geen moment digitaal contact nodig hebben en het gewoon onwijs gezellig hebben met iedereen live om zich heen. Dat we kunnen genieten van verhalen bij het kampvuur met marsmellows. En dat het leuk is om in het donker een bosspel te doen. Iedere avond opnieuw.
Kortom, het was een heerlijk digi-loos pinksterweekend. Een aanrader!

Gewoon

Aan de vooravond van een volgende kuur, kan ik het toch niet laten nog even een verhaal te schrijven.
Afgelopen weken heb ik veel gedaan en meegemaakt. Meestal hele leuke dingen, waar ik energie van kreeg, dus dat is altijd goed. Dat, terwijl ik net als iedereen om me heen goed verkouden was, dus ik heb alle activiteiten goed afgewisseld met vitamines eten, wandelen, fietsen op de hometrainer en slapen.

Naast dit alles is het me ook dit keer gelukt om twee weken met een paar kinderen te werken. Een van hen was een jongen met wie ik anderhalf jaar geleden heb gewerkt. Soms komt het voor dat een kind na verloop van tijd toch even tegen dingen aanloopt en ik bied altijd aan dat het betreffende kind, dan gewoon een uurtje bij komt praten. Soms is alleen praten genoeg, soms doen we nog wat oefeningen. In alle gevallen is het meestal genoeg om de afgelopen tijd bij te praten en nog wat tips uit te proberen.
Dat gebeurde ook afgelopen week.
Toch een beetje anders dan anders deze keer. Deze jongen wist dat ik ziek ben (geweest?) weet dat ik chemo kuren heb en weet dus ook dat mijn haren niet echt zijn. Ik weet het en hij weet het, maar wat doe je daarmee.
Gaandeweg het gesprek merkte ik wel dat hij een paar keer naar mijn ‘haren’ keek, maar omdat we zo goed in het gesprek zaten, zei ik daar niets over.
’ s Avonds kreeg ik van zijn moeder een hele lieve mail. Daaruit bleek dat hij van tevoren inderdaad gevraagd had hoe ik er uit zou zien. Zijn moeder had hem verteld dat ik nu een pruik draag en dat die pruik zou kunnen maken dat ik er iets anders uit zou zien. Andere kleur haar, of ander model.

Na ons uurtje liep hij duidelijk gesterkt en gemotiveerd de deur uit. Eenmaal in de auto had hij tegen zijn moeder over mij gezegd dat ik echt niet veranderd was. Sterker nog, hij had gezegd, “Tina is gewoon nog Tina hoor”

Ik kreeg tranen in mijn ogen bij het lezen van die zin. Wat heerlijk dat ik voor mensen om mij heen gewoon Tina mag blijven. Dat was voor mij deze week mijn mooiste compliment.
Het blijft toch een cadeau, samenwerken met kinderen.

“je ziet er mooi uit”

Ik kom net thuis van de prikpoli. Onder het prikken raakte ik in gesprek met de laborante over het hele proces en gedoe rondom chemo. Dat het zoveel voorkomt, dat een kennis van haar ook “uit de wagen” was gekomen, zoals mensen de borstcontrole voor vrouwen boven de 50 noemen. Kortom, een gesprek met iets meer diepgang dan het weer.
Bij het weggaan zei ze: je ziet er mooi uit. En ik liep stralend met haar compliment in mijn hoofd de deur uit. Eenmaal op de fiets begon het malen… Het compliment dat ik er mooi uit zie, heb ik de afgelopen weken vaker gehoord dan in de afgelopen 10 jaar. Mijn haren zijn weg en ik los het voor de buitenwereld op met een pruik afgewisseld met sjaals. Er zijn zat momenten in de week dat ik mezelf in de spiegel zie en daar nou niet meteen het predikaat “mooi” op zou plakken. Toch meent de buitenwereld iets anders te zien.

Zonder ook maar iets van het compliment af te willen doen vraag ik me dan toch een heleboel af:
Ben ik mooier zonder, dan met haar?
Is het een doekje voor het bloeden? Zo van, ook al breken we alles van binnen af, van buiten ziet het er nog goed uit? Het zijn namelijk vooral hulpverleners die het zeggen.
Staat mijn nephaar mij beter dan mijn natuurlijke look en moet ik serieus overwegen om levenslang met pruik door het leven te gaan?
Hoor je als kanker patient uitgemergeld door het leven te gaan en valt het bij op dit moment nog mee?
Is het zo duidelijk dat ik nephaar heb, dat ik een compliment krijg voor de leuk gevonden oplossingen?

Of, is het zo dat je als kankerpatiënt complimenten over je uiterlijk krijgt, omdat het allemaal al zo rot is.
Maar als ik er nu van ga stralen, voordat het denkproces begint, zou het dan ook voor gezonde mensen niet gewoon een leuk compliment zijn?
Is het een idee om elkaar vaker zo’n compliment te geven, zodat je je geen uitzondering voelt als je het krijgt als je eenmaal ziek bent (geweest)?
Persoonlijk lijkt mij de laatste optie het aller prettigst.

grenzen

Afgelopen maandag had ik een gesprek met een moeder over de begeleiding van haar zoon. Ik werk momenteel af en toe met een paar kinderen, die de onregelmatigheid in mijn planning kunnen hanteren. Bij deze jongen hebben we hard gewerkt aan het zelf ervaren van je grenzen en deze duidelijk te maken aan anderen.

Natuurlijk komt in zo’n gesprek ook het gesprek het moment, dat mijn gesprekspartner vraagt hoe het nu met mij gaat. Ik vertelde hoe lastig ik het vind om te luisteren naar mijn lijf. Een levensles die al een flink aantal jaren duurt en waar ik tot op heden nog niet voldoende in geslaagd ben. Keer op keer ga ik…. ha ha over mijn grenzen heen. Dat is bijzonder he. Ik werk met kinderen aan het aanvoelen een aangeven van hun grenzen en over die van mezelf dender ik iedere keer weer heen.

Toch voelt het anders bij mijzelf. Het lukt mij goed om aan te geven, wanneer anderen over mijn grenzen heen gaan. Ik kan dat voelen en ik kan dat aangeven.
Maar de reikwijdte van mijn eigen energie, zeker in een afbraaktijd van chemokuren, is een dagelijkse strijd. Ik maak leuke plannen, dingen doen waar ik van geniet, dat moet energie geven. En dan toch….. het blijft wennen, een lijf dat fysiek minder aan kan dan waar ik me in mijn hoofd op verheug.

Voelen, ervaren en stil staan … Het is de les voor 2012.
Eind deze week ben ik op de helft van de chemokuren. En als alles loopt volgens planning, krijg ik op de laatste schooldag mijn laatste chemo.
Dus net als alle kinderen om me heen, zie ik erg uit naar de zomervakantie.
En ja, ik weet dat het proces dan nog niet klaar is. Ik weet dat ik ook dan nog steeds mijn grenzen moet bewaken. Maar ik weet ook dat ik vanaf dat moment de grenzen weer lekker steeds verder mag gaan oprekken…. met een goed gevoel.

ook goed nieuws

Het plan was om deze blog wekelijks bij te houden. Maar ik blijf ingehaald worden door gebeurtenissen en tijd.
Afgelopen weken waren opnieuw weken van wisselende emoties. Allereerst het goede nieuws. Tijdens de operatie zijn geen verdere uitzaaiingen gevonden. Voor het gemak en het geruste gemoed hebben we dagen lang gevierd, dat er dus geen kanker meer in mijn lijf zit. Om die werkelijkheid te vergroten wordt natuurlijk wel geadviseerd om een behandeling met chemokuren te ondergaan, keuze? Nee.
Op de dag dat ik dansend door het leven ging met champagnebubbels in plaats van bloedlichaampjes, kwamen we met z’n allen hard neer op de aarde. We kregen het bericht dat Jip op dezelfde avond was overleden. Het contrast was te groot om te behappen.

Na de landing bleek dat ik al snel met chemo moest starten en de eerste kuur heb ik al achter de rug. Ik kan kort samen vatten dat het geen feestje is. Wel te overzien gelukkig, want na 4 dagen en 3 kilo kan ik weer eten en actiever worden. De kop is er af, nog 5 kuren te gaan.
Ook in de gesprekken met de kinderen is de toon veranderd. Eerst was er hoop, nu is er meer moed en vertrouwen. Het blijft een lastig gegeven, een zieke moeder, blijkt. Tegelijkertijd genieten we onwijs van de mooie momenten en leuke dingen.
Gisteren ontdekte ik dat deze periode ook onvermoede kanten van mijn kinderen naar boven brengt. De een blijkt in den vreemde de meest lekkere recepten te hebben opgedaan. De ander verraste me gisteren met prachtige gedichten op haar blog. Met haar toestemming mag ik er hier één gebruiken die mij raakte. Niet in de laatste plaats, omdat zij enkele uren na het schrijven huilend in mijn armen lag. Spannende tijden zijn voorbij, de zware tijden nog niet.

Cry, smile on
Yes I am confident
Yes I am smiling
Yes my laugh is real
Yes there’s something I’m hiding
No I’m not an attention seeker
No my eyes won’t tell
No I’m not sentimental
It’s true when I say ‘I am well’
Yes I still believe
No my laugh won’t fade
Yes everything is right
Everything is OK
But yes even I,
Yes even I,
Even I do sometimes cry
Yes even I,
Even I cry
But no, not tonight.

jip

Er zijn van die mensen die op gezette tijden je leven inspringen en dan even geruisloos weer een poos uit beeld zijn.
Voor mij is Jip zo’n iemand. Jip is een onwijs leuke attente jongen van 24 jaar.
Hij zat jaren geleden op dezelfde school als mijn kinderen, maar dan wel 6 jaren hoger. Een paar jaar geleden sprak hij mij aan vanachter de kassa bij de HEMA met: “dag moeder van Tim”. Ik was natuurlijk verrast om op die manier aangesproken te worden door een vriendelijke kassa-jongen. Hij legde uit dat hij bij Tim op school had gezeten.
Jaren later dook Jip opnieuw op, op de dansschool van Fenne waar hij een duet danste met een ouder meisje. Jip danste met één arm. Ik sprak hem aan en hij vertelde dat bij hem kanker was geconstateerd en dat zijn arm was geamputeerd. Zijn verhaal, zijn manier van vertellen, het raakte iedereen om hem heen. Zijn kracht en zijn positiviteit.

Twee weken geleden kwam ik Jip weer tegen. Bij de fietsenstalling van de AH. Voor mij in een erg vervelende week met niet leuke uitslagen en een zeer onbevredigend gesprek met de chirurg. Een week waarin de paniekbuien veel aanwezig waren, ondanks mijn enorme drang naar helpende gedachten. En dan: Jip. We begroetten elkaar en ik vroeg hem hoe het met hem was. En hij vertelde opgewekt, dat hij uitbehandeld was. Het duurde een paar seconden, voordat het tot mij doordrong dat dat misschien iets anders betekende dan ik hoopte.
Ja, uitbehandeld betekende inderdaad dat hij er klaar mee was. Dat de artsen gezegd hadden dat zij niets meer konden doen. Dat hij nu wilde genieten van wat er nog voor hem was.
Terwijl ik dit schrijf zit Jip in Thailand, te genieten.

Net als ieder ander, zat ik vol met vragen en bewonderde ik zijn berustende houding. Ik vertelde hem mijn verhaal en de paniek van die week. En hij, op de helft van mijn levensjaren, stelde mij gerust. Vertelde me het stap voor stap te moeten nemen. Dat paniek en angst er mag zijn, en dat het ook weer weg gaat.

Ik was zo onwijs onder de indruk. Er ging zoveel door mij heen. Is het leven eerlijk? Maakt dat uit? Jip stelt zich die vraag niet (meer?) Het leven is wat het is. Jij zelf bent degene die ervan kan maken, wat je ervan wilt maken. Hangen in paniek, dat kan, maar het hoeft niet.

Die ochtend heb ik naast een paar boodschappen vooral ook nederigheid gehaald bij de AH. We hebben geen griepje, We gaan er niet alleen maar hard tegenaan. Nee, we mogen ook vertrouwen dat we kracht krijgen om datgene wat op ons pad komt aan kunnen. Op onze eigen tijd en op onze eigen wijze.

Lieve Jip, dankjewel!

genieten

Het is nu ruim drie weken geleden dat ik gediagnosticeerd ben met borstkanker. Tegelijkertijd voelt het als een eeuwigheid geleden. Kenmerkend van zo’n periode is natuurlijk dat je veel nadenkt en dat je reageert op wat mensen tegen je zeggen en aan je schrijven. Het nadenk-deel doe ik aan de lopende band.
Je denkt dan dat je leven op zijn kop gaat, Maar dat is helemaal niet zo. Het leven gaat juist in volle vaart gewoon door. Onze kinderen gaan naar school, plannen een reis en doen hun ding. Wij gaan aan het werk en in mijn geval betekent dat een heleboel afronden.
Ik heb dan ook bedacht dat in plaats van op zijn kop, ik er een heel leven bij heb gekregen. Het leven als patiënt. Een leven waarin ik veel dingen moeten uitzoeken, kritische vragen wil blijven stellen, nog beter dan voorheen voor mijn eigen conditie moet zorgen. En dat alles in de 24 uur per dag die we allemaal hebben, poehhhh

Het betekent tegelijkertijd dat ik te weinig tijd heb om te reageren. Reageren op de vele lieve kaarten die nog steeds in de bus vallen. Wat is post nu fijn! Reageren op de mooie tekeningen van kinderen. En vooral reageren op de vele koekjes van eigen deeg die de kinderen mij schrijven: Je heb mij geleerd te werken met helpende gedachten. Nu moet je ze voor jezelf gebruiken. En dat is een waarheid als een koe. Iedere dag opnieuw sta ik op en ga ik naar bed met de helpende gedachten. En weet je, ze helpen echt!
Ik heb nog veel meer mooie uitspraken en wensen zowel van ouders als van kinderen, maar die houd ik graag voor mezelf. Ik zie ze wel allemaal als kadootjes. Kadootjes die ik echt niet verwacht had en die vanuit mijn werkzame leven mijn patientenleven opvrolijken.

Omdat ik niet in de gelegenheid ben jullie allemaal stuk voor stuk te bedanken, doe ik het maar zo.
Ook al heb ik niet genoeg tijd om te reageren, ik heb wel genoeg tijd om te genieten van alle pareltjes op de mat en de mail! Dank.

Older posts «